Quantcast
Your browser (Internet Explorer 6) is out of date. It has known security flaws and may not display all features of this and other websites. Learn how to update your browser.
X
Articles

Vette Fred

Proloog Vette Fred

Psst, jij daar! ja jij! Kijk niet zo verbaasd, ik ben geen geest en er scheelt ook niets met je geestesgesteldheid. Ik ben gewoon de auteur van dit boek en ik wil je meenemen om kennis te maken met Fred, bijgenaamd ‘vette Fred’. ‘Who the fuck is Fred?’, zal je denken. Laat me je vertellen dat Fred, hoewel hij alle eigenschappen van een beroepsloser heeft, toch interessant genoeg is om een verhaal aan te wijden. Neem mijn hand, dan maken we een kleine reis naar zijn huis. Laten we hem opzoeken in de slaapkamer waar hij net bezig is te ontwaken…
De kamer ligt bezaaid met lege pizzadozen en pornoblaadjes. Aan de muur hangen enkel vergeelde en gescheurde posters van playmates. Door de rafelige gordijnen schijnt een lauw ochtenzonnetje. De enorme gestalte op het bed maakt een snurkend geluid dat normaal enkel loopse biggen kunnen voortbrengen. De vleesberg beweegt zich op het bed terwijl hij een grimas trekt. Met één hand trekt hij de lakens omhoog en steekt zijn billen naar buiten. Een oorverdovende wind weerklinkt waardoor de posters aan de muur een fladderende beweging maken. Hij gooit één been uit het bed in een poging recht te staan en met alle kracht die in zijn lichaam zit komt hij recht.
Hier staat hij dan in zijn volle glorie, de held van dit verhaal in een gestreepte pyjama… Vette Fred!, krabbend aan zijn kroonjuwelen. Zijn vlasachtige haren steken in alle richtingen en aan zijn wang kleeft een restje van de pizzapunt die hij de vorige avond in bed had gegeten. Met zijn ogen half gesloten wankelt hij naar de keuken. Hij haalt een grote fles melk uit de groezelige koelkast en zet ze aan zijn mond. Hij drinkt zo gulzig dat een deel van de melk via zijn kin naar zijn scheefgeknoopte pyjamavest loopt. Hij drinkt een volle liter in één keer en laat een knallende boer. Zijn blik valt op een restje van de kip die deel uitmaakte van zijn avondeten de vorige dag. Hij neemt het bord en loopt naar de keukentafel. Met een snelle beweging veegt hij de overbodige spullen van de tafel zodat deze kletterend op de grond belanden. Kreunend laat hij zich in de stoel zakken en begint de kip te verorberen. Het boutje valt in het niets in zijn enorme handen en in een enkele beweging zuigt zijn geoefende mond al het vlees in één keer van het bot. Hij likt zijn vingers, wat voor een buitenstaander een walgelijk gezicht zou zijn omdat zijn nagels enorme rouwranden vertonen, en gromt voldaan.
De klok van de kerktoren slaat acht maal. Onbewust telt Fred de klokslagen. ‘Acht uur’, denkt hij ongeïnteresseerd. Plots springen zijn oogleden helemaal open en geschrokken springt hij rechtop. Hij heeft een belangrijk sollicitatiegesprek om negen uur! Hij rent de trap op, zover je het drillende voortbewegen rennen kan noemen, en zoekt op de vloer van zijn slaapkamer naar zijn beste pak. Na tien minuten heeft hij alle onderdelen bij elkaar gevonden en rept zich naar de badkamer om zich op te frissen. Door de tandpastaspetters heen kijkt hij in de spiegel en is zoals gewoonlijk niet blij met de rotkop die terugstaard. Hij probeert zich te scheren, wat een hele opgave is om tussen al de kinnen in de haartjes weg te halen. Wanneer hij eindelijk klaar is loopt hij naar de voordeur en gritst ondertussen zijn autosleutels van de tafel.
Zijn kleine gele Fiat 500 staat schuin op de oprit geparkeerd. Zenuwachtig probeert hij het portier te openen. Hij wringt zich met veel moeite achter het stuur. De stoel staat tot helemaal tegen de achterbank, maar desondanks heeft hij nog te weinig ruimte. Zijn buik wordt tegen het stuur geplet en met veel moeite krijgt hij de versnellingspook te pakken, die gecamoufleerd is door lege hamburgerzakjes. Hij draait de sleutel om in het contact, maar krijgt enkel een sputterend geluid van de starter te horen. Vloekend en met een rood bezweet hoofd houdt hij de sleutel omgedraaid. Een harde knal klinkt uit de uitlaat en eindelijk schiet de motor aan. Hij rijdt achteruit de oprit af ondertussen de vuilbak schampend, die kletterend over de straat rolt. Met gierend banden schiet zijn wagen de straat uit op weg, naar wat hij hoopt, een betere financiële situatie…

Post

In de lingeriewinkel

David voelde zijn armen niet meer. Hij liep al uren achter Natascha van de ene winkel naar de andere, en tot overmaat van ramp mocht hij alle spullen dragen die ze gekocht had. En dat was niet weinig! In de lingerie winkel had hij zich helemaal niet op zijn gemak gevoeld. Vooral toen er een goed doorvoede dame van rond de  vierhonderd pond de kleedkamer uit kwam in een lingeriesetje. Nou ja setje was niet helemaal het juiste woord voor de twaalf meter stof die benodigd waren om deze circustent met beengaten te beschrijven. En ongegeneerd zichzelf bekeek in de spiegel. Het bovenste deel van het setje leek wel een slazwierder zoals men die vroeger gebruikte.  Dichtgeklapt leek het op een bal waar je de salade in deed, en dan met je armen zwierende bewegingen maakte om het overtollige water er uit te schudden.

” Wat enig!”, riep ze verrukt uit, “Mijn man gaat in de hemel zijn.”

“Zeker als hij een hartaanval krijgt bij het zien van al dit lekkers.” dacht Henry, met haar echtgenoot meevoelend. Hij keek haar gefixeerd na toen ze de kleedkamer terug binnenwaggelde, en doordat ze een string droeg, moest hij onwillekeurig aan een opgebonden rouladegebraad denken. Maar dan groot genoeg om een mega huwelijksfeest van vlees te voorzien.

“Welkom in celullitis – city, het grootste vetpark ter wereld.” dacht hij sarcastisch, toen hij  de vrouw achter het kleedkamer gordijn zag verdwijnen. De vorm van haar billen bleef jammer genoeg in het gordijn afgebeeld, en hij moest lijdzaam toezien hoe elke beweging in het gordijn opbolde.  Als een macabere act achter een groot doek.

Post

Proloog

Peinzend keek hij vanaf het zonneterras van de riante villa bovenaan de heuvel uit op de Tyrreense zee,  met zijn prachtige azuurblauwe en smaragdgroene kleurschakeringen. De zee was redelijk wild vandaag, en hij zag de golven hun schuimkoppen op de rotsen slaan. De geur van oleanders, die in dit seizoen overal in deze omgeving opvallend aanwezig zijn, prikkelde zijn zintuigen. Aan de horizon kondigde de ondergaande zon het einde van de dag aan. Het was een prachtig gezicht om de perfect rond gevormde bol, gehuld in een oranje gloed,  achter de vulkaan te zien ondergaan. Het leek wel of ze verzwolgen werd door zijn krater. Links van hem flikkerden de lichten van de oude stad Tropea, die boven op een rots statig uitstak boven de zee. Hij hoorde de knallen, en zag de lichtflitsen van het vuurwerk ter ere van het feest van de madonna. Met een warm gevoel in zijn maagstreek keek hij naar de schoonheid die in de strandstoel naast hem zat en overpeinsde zijn leven.  In het bijzonder het afgelopen jaar. Hij nipte aan zijn ijskoude limoncello.  De stroperige citroengenever gleed langzaam door zijn keel, en hij voelde hij zich warm worden vanbinnen door het hoge alcohol gehalte.

Sinds zijn scheiding was het David niet echt voor de wind gegaan.  Het leek alsof hij overal alleen voor stond. Maar het leven kan soms rare wendingen nemen. Hij denkt terug aan de dag dat hij Henry ontmoette, een bijzonder aangename man. Sommigen zouden hem als vreemd beschouwen, maar je moet de kans nemen hem te leren kennen. Hoewel het meer dan een jaar geleden was dat hij hem ontmoette, kan hij zich nog elk detail van dat bijzondere moment herinneren.

Hij at zijn maaltijd in bistro “Chez Michel” aan de rand van Hyde park waar hij regelmatig kwam. “Chez Michel”was voor hem zowat een tweede thuis geworden. Hij werd er altijd warm verwelkomd door de eigenaar. Monsieur Michel in eigen persoon.  Een kerel van bijna twee meter lang met een grappig dun snorretje,  en een vreselijk Frans accent. Hij liep eeuwig gekleed in een wit hemd, een zwart gilet en een lange witte obershort. Zijn kapsel stamde uit de jaren veertig,  in een middenmeet met brilcreme naar achter gekamd. Hij begroette David altijd met een welgemeend “Bonjour mon ami”, wat zowat het mooiste compliment was dat je van hem kon krijgen. Hij at die dag een heerlijke schotel van gegrilde langoustines met knoflookboter,  die zo op je tong wegsmolten. Gevolgd door een ossenhaas uit de Schotse hooglanden,  met ganzenlever en portosaus waar je een moord voor zou begaan. Deze zaak zou gerust een paar Michelin sterren mogen krijgen. Ware het niet dat het interieur en de keuken, hoewel heel proper, nogal verouderd waren. De muren die bezet waren met een terracotta kleurige laag brokkelden op verschillende plaatsen af, en de stoelen met rietbekleding stonden wankel. Er hingen kleine schilderijtjes aan de muur,  die zo vergeeld waren dat het moeilijk was de pittoreske landschappen te onderscheiden. De eikenhouten bar was bijna ontdaan van zijn laklaag, en de ouderwetse porseleinen tapkranen vertoonden barsten. Monsieur Michel zat er niet mee, hij had geen hogere ambities dan de paar vaste klanten die hij had te verwennen.

Net toen hij aan zijn dessert,  ’crêpes a la monsieur Michel’, flinterdunne flensjes met een sausje van perzikencompote en blue Curaçao wou beginnen, kwam er een vreemd figuur de zaak binnengestapt. David vroeg zich af wat het precies was waarom hij de man zo vreemd vond overkomen. Natuurlijk! Het was zijn eigenaardige kledingkeuze. De man droeg een lange zwarte regenjas,  en een vilten hoed die hem een chique uitstraling gaven. Maar deze combinatie paste niet bepaald bij de zonnige 26 graden buitentemperatuur. Toen hij ongeveer in het midden van de bistro was en de zaak goedkeurend had bekeken, stapte hij resoluut op David af.  Hij maakte een lichte ouderwetse buiging.

“Vindt u het goed als ik bij u aan tafel kom zitten? Ik dineer niet graag alleen, en u lijkt me erg aangenaam gezelschap”.

David was licht verbaasd over dit gebeuren, maar hij had wel vreemdere dingen meegemaakt in zijn leven. Hij keek naar de hoge hoed van de man, en vroeg zich sarcastisch af of deze konijnen te voorschijn zou toveren.

“Natuurlijk Mijnheer, en indien u van plan bent te dineren, kan ik u de langoustines aanbevelen.  Ze zijn boterzacht vanbinnen. Ik zou alleen niet op de schalen kauwen, die waren iets te knapperig voor mij.” De man lachte hartelijk om deze opmerking.

“Vergeef me mijn ongemanierdheid, ik heb me nog niet voorgesteld!” zei hij, en het leek of er lichtjes een blos op zijn wangen verscheen.

“Henry Lasbech” hij stak zijn hand uit naar David.

“David Jennings” en gaf hem een stevige handdruk. Ondertussen was monsieur Michel aan de tafel verschenen.

” k kan oe de lankoestine met beurré knoffelook aanbevelen ” zei hij met zijn Franse accent en een air waar menig butler jaloers op zou zijn.

“Dat klinkt verrukkelijk! En de hoofdschotel laat ik helemaal aan u over, monsieur Michel ”

Monsieur Michel glunderde. Zoals David hem kende, zou hij al zijn troeven boven tafel halen om deze man te imponeren met zijn Franse kookkunst. Hij verdween net zo geruisloos als hij gekomen was om zijn ding te doen in de keuken.

“Waar komt u vandaan, als ik zo vrij mag zijn dat te vragen?” vroeg David aan Henry,  die nu toch zijn jas had uitgetrokken en over de stoelleuning had gehangen. Onder de jas droeg hij ook nog een coltrui en een wollen colbert. David was verbaasd dat de man niet zweette, en vond zijn kledingkeuze erg vreemd. Maar zag er uit beleefdheid toch van af om hier een opmerking over te maken.

“Waar ik vandaan kom zijn de temperaturen altijd tropisch” zei hij, alsof hij Davids gedachten kon lezen.

“Ah, nu maakt u me nieuwsgierig. Waar komt u vandaan?”

“Bombay in Indië. Mijn grootouders hebben zich als jong koppel in de Engelse koloniën gevestigd,  om een toekomst op te bouwen buiten het koude Engeland”.

“Oh, en nu bent u terug naar hier verhuisd?  Of bent u met vakantie?”

Henry aarzelde even, “Voorlopig woon ik hier.  Ik heb een landgoed gekocht even buiten de stad.”

David werd nu wel heel nieuwsgierig, maar liet het niet blijken.

“Maar nu genoeg over mij. Wat doe jij voor de kost,  David?”

“Ik ben schrijver.  Vooral columns in tijdschriften, maar ooit hoop ik mijn boek te publiceren”

“Mag ik weten waar het over gaat?”

David wou antwoorden dat later wel eens zou vertellen. Maar de oprechte nieuwsgierigheid van de man vleide hem.

“Het is een beetje mijn eigen biografie. Maar ik vrees dat de meeste mensen niet in mijn leven geïnteresseerd zijn.”

“Ieder mens heeft een verhaal dat de moeite is te horen!” zei Henry.  En aan zijn blik was te zien dat hij oprecht verbaasd was over het gebrek aan zelfvertrouwen van David.

“Ben je getrouwd?” vroeg Henry. David was even het noorden kwijt door deze plotselinge wending van het gesprek.

“Euh…, ik ben sinds een paar maanden gescheiden” stotterde hij. Hij was blij dat op dat moment monsieur Michel verscheen met de langoustines.

“Zo, dat ruikt heerlijk!” zei Henry fel “Ik zou nu al bijna een tweede portie bestellen.” Monsieur Michel bloosde tot achter zijn oren, en kon een enorme kinderlijke grijns niet verbergen.

“Bon appetit monsieur” zei monsieur Michel,  en verdween achter de bar om zijn glazen voor een tweede keer te spoelen.

Ach, je moet toch wat doen,  dacht David, heimelijk in zichzelf lachend.

“Laat het je smaken Henry” zei hij, terwijl hij toekeek hoe deze in extase was door de vlezige langoustines. Hierdoor niet beseffend dat de lookboter in een dun olieachtig straaltje over zijn kin liep.

“Dank je David.  Het zijn inderdaad de lekkerste die ik ooit gegeten heb.”

“Maar David,  ik heb een zakelijk voorstel voor je dat je zeker zal interesseren!” David keek hem niet begrijpend aan.

“Hou je van witte wijn?”

David keek nog verbaasder. Maar voordat deze kon antwoorden riep Henry monsieur Michel al.

” Welke witte wijn past er het beste bij deze heerlijke langoustines, Monsieur Michel.?”

“iek eb een heerlijke jonke Frautige chablis,  die seker uw kehemelte zal strelen”

Terwijl hun glazen werden gevuld nadat Henry als een echte kenner onder het waarderende oog van monsieur Michel de wijn geproefd had, zei Henry plotseling nonchalant “Ik wil dat je mijn biografie schrijft, en ik zal je hiervoor rijkelijk belonen.”

Henry keek alsof hij door de bliksem werd getroffen, en stamelde: “Ik? Maar waarom? U kent me nauwelijks!”

“Om de simpele reden dat ik erg fortuinlijk ben en geen erfgenamen heb, wil ik met mijn geld toch anderen helpen. Maar ik ga het niet gratis weggeven, dat begrijp je ook wel.” Honderden vragen suisden door Davids hoofd.  Maar hij wachtte af wat de man nog verder had te vertellen.

“Ik begrijp je verbazing jonge vriend, maar zeg nog niet meteen nee”.

Geen haar op Henry zijn hoofd dat er aan dacht deze kans te laten schieten.  Maar hij bleef op zijn hoede, was dit een grap?

“Ik ben bloedserieus David” zei hij. En nu begon David toch echt te denken dat deze man zijn gedachten kon lezen. Een kort moment was David in een tweestrijd met zichzelf, maar hij had het geld hard nodig.

“Ik kan het geld best gebruiken.” zei hij tegen Henry

Op hetzelfde moment verscheen monsieur René aan tafel met een bord waarvan de geur alleen al menig Bourgondiër zou laten weg zwijmelen. “Magret de canard à l’orange,  avec les pommes dauphinois et le truffe.”

Zowel henry’s als Davids mond vielen open van verbazing, verse eend en truffels,  in welke bistro kwam je zoiets nou tegen?

Switch to our mobile site